Archief CPN

INLEIDING

Het archief

Het CPN -archief bestaat niet. Wat in deze inventaris onder de noemer CPN -archief beschreven wordt, is een grotendeels achteraf gevormde verzameling van archiefbestanden van uiteenlopende partij-organen en -functionarissen. Veel stukken zijn voorgoed verloren gegaan, in het ene geval omdat men het niet van belang vond om ze te bewaren, in het andere omdat men bang was dat ze in verkeerde handen zouden vallen. Pas vanaf begin jaren '70 is er sprake van een zekere archiefvorming door de daarvoor verantwoordelijke bureausecretaris. In 1983 werd vanuit het partijbestuur een archiefcommissie gevormd, die zich in eerste instantie met het probleem van de ordening en openstelling van het archief bezig hield. Later verwierf de Archiefcommissie (die in 1991 omgevormd werd tot Stichting tot beheer van de archieven van de CPN ) door systematisch oud-partijleden te benaderen belangrijke bestanddelen van het partij-archief, persoons- en districts-archieven. Het hier geïnventariseerde partij-archief draagt alleszins de sporen van deze verwerving 'met terugwerkende kracht' en het ontbreken van een bewaartraditie in de partij.

Geschiedenis

Over de geschiedenis van het vooroorlogse partij-archief is niets met zekerheid te zeggen. Op 10 mei 1940 werd de inboedel van het partijgebouw aan de Van Eeghenstraat in Amsterdam per bakfiets verhuisd naar een onbekend adres om uit handen van de bezetter te blijven. Toen op 20 juli de CPN onder beheer van de NSB -commissaris M.M. Rost van Tonningen werd gesteld en de Sicherheitspolizei de bezittingen in beslag wilde nemen, was er niets meer in het gebouw te vinden. Overal in Nederland werden in die meidagen CPN -kartotheken en andere papieren in veiligheid gebracht of vernietigd. Van het archief van de communistische werklozenorganisatie Eenheid Maakt Macht werd verteld dat de hoeveelheid brandend papier zo enorm was, dat op een gegeven moment de brandweer voor de deur stond, gealarmeerd door de rookontwikkeling (1). Over een daadwerkelijke vernietiging of een schuiladres van het partij-archief is echter niets bekend. Overigens is ten aanzien van het vooroorlogse archief totaal niets overgeleverd, zodat de vraag zich opdringt of het eigenlijk wel in enige omvang bestaan heeft. In ieder geval stuurde de partij gewoonlijk brochures, circulaires en speciaal voor de Comintern gemaakte schriftelijke verslagen van bestuursbijeenkomsten en congressen naar de CPN -vertegenwoordiger bij de Comintern in Moskou. Een soort afschaduwing van het vooroorlogse partij-archief bevindt zich dan ook in Moskou, in wat vroeger het Centraal Partijarchief bij het Instituut voor Marxisme-Leninisme heette, tegenwoordig het Russisch Centrum tot behoud en bestudering van documenten voor de moderne geschiedenis (2). Ook zit veel CPN -materiaal in het daar bewaarde legendarische Wijnkoop-archief.

Het spreekt vanzelf dat tijdens de bezetting het systematisch aanleggen van een archief uitgesloten was. Toch is er uit de periode 1940-1945 opvallend veel bewaard gebleven. Marcus Bakker bewaarde partijdocumenten - handgeschreven, gestencild of gedrukt - in een schuilplaats op de zolder van het Zaanse slachthuis. Hij deed dat in opdracht van de instructeur van het Zaanse district en verkeerde toen in de veronderstelling dat het een richtlijn van de landelijke leiding betrof. Uit andere bronnen is van zo'n richtlijn niets bekend. Wel werd op diverse plaatsen in het land de illegale Waarheid in haar verschillende edities bewaard. Andere documenten zijn in later jaren stukje bij beetje boven water gekomen (3). Nog in 1992 verwierf de Stichting van een anonieme schenker een roestig en gebutst koffertje met onder meer brieven uit 1942 betreffende de (eerste) landelijke leiding, blocnotevelletjes met notities over gewapende overvallen en te vervreemden goederen en gestolen briefpapier voor vervalsingen (4). Uit de in 1958 ten behoeve van het rapport 'De C.P.N. in de oorlog' aangelegde verzameling documenten kwamen briefjes tevoorschijn van Daan Goulooze en Jan Postma , eind 1943 of begin 1944 uit gevangenschap gesmokkeld. Vermoedelijk zal nooit vast komen te staan door wie deze en dergelijke stukken zijn ontvangen en met welk oogmerk ze zijn bewaard. De onduidelijkheid rond de geschiedenis van deze illegale archiefstukken staat in rechtstreeks verband met de conflictrijke ná-oorlogse partijdiscussie over de oorlog. Ook een kort na de bevrijding gevormd archief over personen in het communistisch verzet, bedoeld voor de uitgave van een gedenkboek (dat uiteindelijk nooit verscheen), werd tientallen jaren ten huize van verschillende verzetsveteranen bewaard en slechts door enkele ingewijden geraadpleegd, om pas in 1992 weer op te duiken in het archief aan de Hoogte Kadijk.

De herrezen CPN vestigde zich na de bevrijding in de Roemer Visscherstraat 4 in Amsterdam. Harry Verheij, die daar in 1946 aantrad als propagandasecretaris, herinnert zich dat hij een brievenboek wou aanleggen, maar hem werd te verstaan gegeven dat dit niet de bedoeling was. Er werd hier geen archief gehouden. De vergaderingen van partijbestuur en dagelijks bestuur werden sinds 1948 op band opgenomen en naderhand uitgetypt (5). Het is niet te achterhalen of ook vóór die tijd een vorm van officiële verslaglegging bestond. Ook na 1948 zijn van lang niet alle bestuursvergaderingen verslagen gemaakt, dan wel bewaard gebleven. De uitgebreidheid van verslaglegging hing af van het belang dat op dat moment aan de besproken onderwerpen gehecht werd; dit kon nogal verschillen. In de jaren '50 en '60 werden delen van PB-vergaderingen ter notulering uitbesteed aan de aanwezigen, waarna de verantwoordelijke bureausecretaris het geheel in elkaar paste. De notulen van een voorbije vergadering werden nooit op de volgende bijeenkomst besproken of formeel gearresteerd, zodat het ook niet opviel als ze er niet waren. Van congressen daarentegen werden altijd uitgebreide verslagen gemaakt.

In 1952 verhuisde het partijbureau naar Felix Meritis aan de Keizersgracht 324. Het devies 'géén archief op Felix' herinnert men zich algemeen als een soort officiële stelregel. De Koude Oorlog bevond zich op een hoogtepunt en de CPN hing een verbod boven het hoofd. In deze periode hield de partij verschillende keren - tijdens de Koreacrisis bijvoorbeeld - serieus rekening met de noodzaak om opnieuw in de illegaliteit te gaan. In een dergelijke positie zou het idee van zorgvuldig archiveren absurd zijn geweest. Correspondentie werd bij voorkeur vermeden. Toch bestond wel degelijk de behoefte om zaken op schrift vast te leggen, al was het dan niet in de vorm van goedgekeurde notulen, memoranda of een waterdichte administratie. Alleen aan schriftelijke stukken kon bij eventuele latere verschillen van mening bewijslast worden ontleend. In de partijstrijd van de jaren 1956-1959 is dan ook een betrekkelijk grote hoeveelheid documenten geproduceerd, die tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven. In die tijd werden archiefstukken op schuilplaatsen ondergebracht. Iedere functionaris van betekenis had een eigen schuiladres voor de dossiers die hij of zij onder handen had. Dit verschijnsel heeft tot in de jaren '60 voortgeduurd.

Vraagt men de oudere partijbestuurders naar het archief of naar hun bewaar-praktijk, dan karakteriseren ze zichzelf en elkaar doorgaans als 'verdienstelijke weggooiers' of 'wij waren van de opruiming'. Het begin van consequente archiefvorming en het besef van het belang daarvan dateert van omstreeks 1970. Enerzijds hield dit verband met het afnemen van de druk van 'buiten', anderzijds met de komst van een nieuwe bureausecretaris, Joop IJisberg. Zo werden voortaan systematisch van alle bestuursvergaderingen verslagen voor het archief bewaard. IJisberg bracht ook in kaart wat er aan 'rustend' archief was en er werd een aparte kamer voor het archief gereserveerd. Binnen het wetenschappelijk bureau van de CPN , het IPSO (1968 opgericht) kwam eind jaren zeventig een Geschiedenisgroep tot stand, die een stimulerende rol ten aanzien van de partijgeschiedschrijving zou gaan vervullen. Openstelling van het archief was daarbij vanzelfsprekend van groot belang. In 1979 besloot het partijbestuur het archief te laten ordenen als noodzakelijke stap om over openstelling te kunnen beslissen. In 1983 ging een archiefcommissie van start, waarin naast een aantal oud-partijbestuursleden ook enkele vertegenwoordigers van de IPSO -geschiedenisgroep zaten (6). De commissie hield zich aanvankelijk bezig met het opstellen van een reglement en het regelen van de toegang. Tien leden van de Geschiedenisgroep namen in de loop van 1983 onder verantwoordelijkheid van de commissie daadwerkelijk de beschrijving van het archief ter hand. Men maakte een gedetailleerde beschrijving van ieder afzonderlijk stuk op fiche. Op de c. 10.000 fiches die van deze werkwijze het resultaat waren, werd vervolgens een ingang op organisatie of thema gemaakt. Aldus werd naar schatting tien meter archief verwerkt. In 1985 besloot het partijbestuur tot openstelling van het archief, dat intussen met het partijbureau in 1981 naar de Hoogte Kadijk 145 verhuisd was. Een vrijwilliger verzorgde daar de dienstverlening voor bezoekers van het archief.

In 1989 werd Groen Links gevormd als samenwerkingsverband van CPN , PSP , PPR en EVP bij de Tweede Kamerverkiezingen. In 1991 ging de CPN definitief op in Groen Links en werd officieel als politieke partij opgeheven. Het laatste partijcongres besloot tot oprichting van de Stichting tot beheer van de archieven van de CPN, die de verantwoordelijkheid voor het archief verder zou dragen. De Stichting was een soort erfgenaam van de Archiefcommissie, met grotendeels dezelfde samenstelling(7). Ook met het oog op uitstaande claims op CPN-collecties in Moskou was de vorming van de Stichting, als rechtsopvolger van de CPN, van belang. Het bestuur benaderde zo veel mogelijk oud-leden en bestuurders met het vezoek hun archief te schenken. Ook zag de Stichting er op toe dat het recente partij-archief werd overgedragen. Zo nam de omvang van zowel het partij-archief zelf als de districtsarchieven drastisch toe en overtrof de hoeveelheid ongeordend materiaal al snel het in 1983 zeer voorlopig geordende gedeelte. In samenwerking met het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) werd naar een oplossing gezocht om de hele verzameling te laten (her)ordenen en beschrijven. De Stichting kreeg daartoe in 1992 een subsidie van het Prins Bernhard Fonds . Van mei 1992 tot en met oktober 1993 kreeg de definitieve inventarisatie van het partij-archief en het (in 1992 geschonken) archief van Marcus Bakker zijn beslag. In november 1994 heeft de Stichting het archief in bewaring gegeven bij het IISG.

Verantwoording van de inventarisatie

In het partijgebouw aan de Hoogte Kadijk was bij de aanvang van de inventarisatie in mei 1992 een veelheid aan archieven, archiefjes en persoonlijke verzamelingen aanwezig. Het geheel was afwisselend verpakt in dozen, ordners, mappen, vuilniszakken of koffertjes. Losse stapels papier hadden misschien ooit de inhoud van een bureaulade gevormd. Bestanddelen uit het partij-archief, het IPSO -archief, districts-archieven en persoonlijke verzamelingen waren deels vermengd geraakt. De eerste ordeningstaak bestond dan ook uit het afscheiden en herstellen van de eenheid van de afzonderlijke archieven en collecties. Aan partij-archief bleef uiteindelijk 75 meter over, waarvan 17 meter al in enigerlei vorm beschreven was. Een redactie-archief van De Waarheid werd niet aangetroffen, evenmin als de archieven van de Kamerfracties. Wel waren enige verspreide stukken gericht aan de redactie of aan een lid van de volksvertegenwoordiging, maar deze waren dan door het partijsecretariaat of een andere instantie in behandeling genomen.

Het partij-archief kende geen eigen orde. Wel zat in kleinere onderdelen soms een ordening, aangebracht door de voor een bepaald gebied verantwoordelijke functionaris. Zo was een deel van de stukken betreffende scholing op trefwoord opgeborgen. Aan de opschriften op en samenstelling van de meeste dozen en mappen viel doorgaans wel af te lezen door welk orgaan of welke bestuurder ze gevormd waren. Over bepaalde onderwerpen waren dossiers samengesteld, hetzij achteraf, hetzij in de tijd zelf: bijvoorbeeld dossiers met het opschrift 'rechtsen' tijdens de partijstrijd 1956-1959. Algemene correspondentie van het secretariaat was nu eens chronologisch, dan weer alfabetisch per jaar weggeborgen. Alleen in de jaren 1982-1983 en 1987-1991 functioneerde een gebrekkige ingang op de correspondentie in de vorm van lijsten. Reeksen vergaderstukken van partijbestuur, dagelijks bestuur, politiek secretariaat en de congresstukken vanaf 1946 tot in de jaren '70 waren chronologisch bijeengebracht in archiefdozen. Een gedeelte van de correspondentie en andere stukken waren in 1983 door leden van de IPSO -geschiedenisgroep beschreven op fiches. Dit archiefgedeelte zat gelukkig nog in de oorspronkelijke volgorde en in de oude mappen met opschrift bij elkaar, zodat hier, net als bij het niet-beschreven archief, de herkomst en bestemming van de stukken meestal wel achterhaald konden worden.

Enkele onderdelen van het archief waren ingebracht door individuele partijbestuurders, veelal achteraf, na de stukken enige tijd op hun woonadres bewaard te hebben. In deze collecties moest een scheiding tussen persoonlijk en partij-archief worden aangebracht. De stukken voortvloeiend uit hun landelijke bestuursfuncties werden bij het partij-archief gevoegd. Stukken, opgemaakt of ontvangen in andere functies bleven gelden als persoonlijk archief. Een opgave van deze en andere archieven onder beheer van de Stichting is als bijlage 2 in deze inventaris te vinden. Het in de loop van 1992 verworven archief van Marcus Bakker is, vanwege zijn grote verwevenheid met het hoofdarchief, in een doorlopende nummering in deze inventaris als apart bestanddeel opgenomen.

Voor de inventarisatie van het partij-archief werd een eigen rubrieks-indeling ontworpen, waarbij uiteraard gelet werd op de organisatiestructuur en de activiteiten van de partij. De stukken uit de periode 1940-45 zijn apart en met een eigen indeling beschreven. Ook het begin jaren '80 in kaart gebrachte gedeelte van het archief werd onder de nieuwe rubrieksindeling(en) ingevoegd. Reeds bestaande sub-ordeningen in onderdelen van het archief werden in de rubrieken gehandhaafd. Eerder gevormde dossiers bleven eveneens intact. Stukken afkomstig van individuele functionarissen zijn al naar gelang hun onderwerp binnen de rubrieken ondergebracht. In de beschrijvingen is de naam van de betreffende archiefvormer, voor zover bekend, vermeld. De duizenden uiterst gedetailleerde beschrijvingen van de Geschiedenisgroep bleken in de praktijk van de inventarisatie niet bruikbaar, zodat teruggegrepen werd op de bewaard gebleven oorspronkelijke groepering van stukken. Gezien de korte tijd die voor de inventarisatie beschikbaar was, behoorde een concordans op dit tot 10.349 genummerde gedeelte niet tot de mogelijkheden. Het archief van Marcus Bakker , dat 6 meter beslaat, had evenmin een eigen ordening, al waren wel alle soorten stukken - inkomende en uitgaande brieven, aantekeningen, agenda's, concepten voor publikaties - per jaar in een doos gestopt. Ook voor dit archief is een indeling gemaakt, met als richtsnoer Bakkers functies binnen en buiten de partij. Een gedeelte 'algemene correspondentie' gaat aan de rubrieken vooraf. Bepaalde delen die overduidelijk tot het partij-archief behoorden, zoals de dossiers betreffende het Rode Boekje, zijn afgesplitst en bij het hoofdarchief geplaatst met vermelding van de schenker.

Als 'Annex' (afdeling IV) zijn twee archiefjes beschreven die in het hoofdarchief terecht waren gekomen: 1) een op raadselachtige manier verkregen deel van het archief van een detectivebureau, werkzaam voor een anticommunistische werkgeversorganisatie in de Zaanstreek en 2) verzoeken om inlichtingen van Nederlandse verwanten van Spanjestrijders, in 1936-1939 binnengekomen bij het Spaanse Republikeinse Ministerie van Defensie en in de jaren '50 via de Franse CP naar de CPN gestuurd.

Ten slotte zijn in de afdeling V twee afgeronde collecties opgenomen uit het Comintern -archief in Moskou, in 1992 in kopie verkregen van het Russisch Centrum tot behoud en bestudering van documenten voor de moderne geschiedenis. Het betreft 1) correspondentie (gedecodeerde telegrammen) van Daan Gouloozes radioapparaat met het Executief Comité van de Comintern , 1933-1943 en 2) het archiefje over Nederlandse Spanjestrijders, opgemaakt door het inlichtingenapparaat van de Comintern in Spanje, 1937-1940.

Dubbele stukken uit het archief zijn vernietigd. Als bijlage (1) is een lijst van documenten opgenomen die vernietigd zijn dan wel na verstrijken van de wettelijk voorgeschreven bewaartermijn vernietigd zullen worden. Brochures, periodieken en pamfletten zijn uit het archief verwijderd, tenzij ze duidelijk bij een bepaald dossier hoorden. De gedrukte stukken zijn overgebracht naar de bibliotheek van het IISG. Foto's, affiches en geluidsbanden van congressen werden in mei 1992 aan de afdeling Beeld en Geluid van het IISG in bruikleen gegeven. De Stichting Film en Wetenschap beheert het film- en videomateriaal, alsmede banden van radiouitzendingen.

De omvang van het hier beschreven archief bedraagt 65 meter.

Toegankelijkheid

Op de agenda's en het besprokene in de vergaderingen van Dagelijks Bestuur en Partijbestuur bestaat een ingang, die vruchteloos zoeken in de stukken zelf overbodig maakt. Het is een kaartsysteem, gemaakt door Ger Porck en te raadplegen via de studiezaal van het IISG.

Organisatie CPN (8)

Het hier volgende overzicht van de formele taken en bevoegdheden van de verschillende partijorganen is bedoeld voor de gebruiker van het archief, die zich in zijn algemeenheid wil informeren over de aard van de bij die organen behorende stukken. Het gaat niet in op de geschiedenis van de reële uitvoeringspraktijk, die door de jaren heen erg verschillend kon zijn. Zo werden de bevoegdheden van het dagelijks bestuur van oktober 1956 tot oktober 1957 ingeperkt tot een uitsluitend uitvoerende taak. Ook kwam het voor dat bestuurslichamen, zonder dat daarover besluitvorming in de stukken terug te vinden is, werden opgeheven en dan na enige tijd weer nieuw leven kregen ingeblazen. Met name het politiek secretariaat laat een zeer grillig patroon zien van verdwijnen en verschijnen. Toen in 1962 Paul de Groot van algemeen secretaris voorzitter werd, verviel de functie van algemeen secretaris. Vóór die tijd was er enkele jaren geen partijvoorzitter geweest. Net als bij andere organisaties kwam van papieren schema's of voornemens voor nieuwe structuren uiteindelijk soms weinig terecht, of konden functionarissen die formeel een beperkte taak hadden in werkelijkheid een leidende rol vervullen.

Het congres was het hoogste besluitvormende orgaan. Volgens de statuten werd het in de regel eens in de twee jaar bijeengeroepen. Op voorstel van het partijbestuur kon ook tussentijds een bijzonder congres gehouden worden. De delegaties naar het congres waren op de districtsconferenties gekozen. Het congres koos het congrespresidium, de kandidaatbesprekingscommissie en de mandaatcommissie. Het congres koos de leden van het nieuwe partijbestuur op voordracht van de kandidaatbesprekingscommissie. Het zittende partijbestuur bracht verslag uit aan het congres en men besprak vraagstukken van politiek, taktiek en organisatie. De discussiegrondslag voor het congres was voorbereid door het partijbestuur. Het congres had het recht leden van het partijbestuur te royeren. Partijprogram, statuten en huishoudelijke reglementen moesten door het congres goedgekeurd worden. Ook de financiële controlecommissie legde verantwoording af. De wijze van verdeling van de financiën over de verschillende activiteiten werd op het partijcongres vastgesteld.

Tussen de congressen door kon een partijconferentie bijeengeroepen worden voor overleg met het partijbestuur. De aanwezigen op de conferentie werden op voorstel van het districtsbestuur uitgenodigd door het partijbestuur. Na 1977 werden ze rechtstreeks door de partij-afdelingen gekozen. De conferentie had een adviserend karakter en hield zich doorgaans bezig met een actueel probleem, bijvoorbeeld de verkiezingen of de partij-organisatie.

Het partijbestuur was tussen twee congressen het hoogste bestuursorgaan. Ook de kamerfracties waren in de praktijk ondergeschikt aan het partijbestuur. Het leidde de politieke en organisatorische werkzaamheden, het beheerde alle instellingen en stichtingen van de partij en stelde de kandidatenlijsten voor de Kamerverkiezingen vast. Het partijbestuur maakte de discussiegrondslag voor het congres. Het ledental van het PB kon uiteenlopen van twintig tot zestig. Men kwam minimaal vier keer per jaar bijeen. Het partijbestuur kon uit haar midden commissies instellen. Belangrijk was in dit verband tot in de jaren '60 de politieke contrôlecommissie of kadercommissie. Deze hield toezicht op de uitvoering van de centrale besluiten, de motivatie en het gedrag van (aspirant-)kaderleden, die over hun eigen voorgeschiedenis een zogeheten biografie moesten schrijven.

Het partijbestuur koos het dagelijks bestuur, doorgaans 'dagelijkse leiding' of 'landelijke leiding' en in 1946 ook 'politiek bureau' genoemd. Het dagelijks bestuur bestond uit ongeveer tien personen en leidde de partij op politiek en organisatorisch gebied tussen de zittingen van het partijbestuur in. Het bereidde de vergaderingen van het partijbestuur voor. De organisatiesecretaris (tot 1953 'organisatiebureau') leidde de politieke organisatie in de praktijk. Tot zijn taak behoorde ook het coördineren van de politieke instructie aan de districten, die veelal door leden van het dagelijks bestuur werd verzorgd. Sinds 1955 was er ook een administratief secretaris, die het partijbureau beheerde. Onder de dagelijkse leiding konden verschillende 'bureau's' fungeren die belast waren met een specifiek onderdeel van de organisatie, bijvoorbeeld het Propagandabureau, het Organisatiebureau of het Bureau Buitenland. Het Agrarisch Bureau, Intellectuelenbureau en het belangrijke Landelijk Bedrijfsbureau waren bedoeld om de invloed van de partij onder deze respectieve groepen te vergroten, leden en sympathisanten te winnen.

Het politiek secretariaat was gevormd uit het dagelijks bestuur. Het bestond doorgaans uit de algemeen secretaris en de voorzitter van het dagelijks bestuur, meestal met nog een of twee secretarissen daaraan toegevoegd. Bevoegdheden en gezag van het politiek secretariaat wisselden sterk. Soms functioneerde het een tijdlang helemaal niet. Het secretariaat bereidde de agenda van het dagelijks bestuur en hield zich in ieder geval bezig met uiterst praktische zaken, zoals spreekbeurten, klachten, organisatorische problemen in sub-organisaties van de partij, bijvoorbeeld de drukkerij.

Een kopie van deze organisatorische opbouw bestond op het niveau van de districten en afdelingen.

De districtsconferentie was het 'congres' van een district, waar het districtsbestuur verantwoording aflegde, het districtsbestuur en de afgevaardigden naar het landelijk congres gekozen werden; ook hier waren kandidaatbesprekingscommissies, politieke contrôlecommissies enzovoort werkzaam. De districtsconferenties stelden ook kandidatenlijsten op voor de verkiezingen van Provinciale Staten en Gemeenteraden. Het district werd gevormd door de afdelingen in een door het partijbestuur bepaald gebied, die onder leiding van een afdelingsbestuur werkten. De leden die in belangrijke bedrijven werkzaam waren, vormden een bedrijfsgroep. Deze groep beraadslaagde over acties en werkzaamheden van de partij, zoals de colportage, in de bedrijven.

De leden werden aangenomen door de afdelingen of groepen. Volgens het organisatiebeginsel van het democratisch centralisme waren besluiten, op democratische wijze na discussie en stemming genomen, bindend. Indien een lid strijdig met de partijbelangen handelde, kon hij of zij in het uiterste geval geroyeerd worden. Het besluit daartoe werd door de afdeling genomen en moest achteraf bekrachtigd worden door het districtsbestuur. Vanaf 1947 kon de partijleiding ook rechtstreeks buiten de afdeling om leden royeren. Geroyeerde leden hadden recht van beroep bij het partijbestuur en, indien dat niet gehonoreerd werd bij het congres. Vanaf 1988 kreeg het landelijk partijbestuur de bevoegdheid royementen zelf af te handelen, maar er deden zich toen geen kwesties meer voor.

Nadat in 1984 de partij van het democratisch centralisme als grondbeginsel afgestapt was, werd een wijziging van de statuten urgent. Nu was groepsvorming binnen de partij toegestaan en ontstonden de zogenoemde horizontale overleggen. Het al eerder gevormde Landelijk Vrouwenoverleg, het Flikkeroverleg en de Communistische Potten (COMPOT) kregen evenals het Jongerenoverleg een officiële basis in wat in 1989 uiteindelijk de laatste uitgave van de statuten zou worden. De overleggen mochten de besturen adviseren en kandidaten voor de diverse besturen stellen.

Op 31 december 1991 werd de CPN , het jaar daarvoor een van de constituerende partijen van Groen Links, formeel opgeheven.

Chronologie 1940-1991 (9)

1940
- (15 mei) Paul de Groot , Jan Dieters en Lou Jansen vormen eerste landelijke leiding in bezettingstijd
- (20 juli) legale partij ontbonden
- (23 november) eerste landelijke illegale Waarheid
- (winter) acties in de werkverschaffing

1941
- (25-26 februari) Februaristaking
- (22 juni) Duitse inval Sovjet-Unie
- (zomer) Milgroepen, gewapend verzet

1942
- CPN erkent koningin Wilhelmina als staatshoofd

1943
- (januari) landelijk krantenapparaat opgerold
- (april) Raad van Verzet
- (april) arrestatie Lou Jansen en Jan Dieters ; Jan Postma vormt tweede landelijke leiding
- april-meistakingen
- (mei) opheffing Comintern ; voortzetting zendcontact Daan Goulooze /Moskou (-juli 1943)
- (najaar) programmatisch stuk in 'Om Neerlands Toekomst'
- (november) arrestatie Beuzemaker , Goulooze , Postma en Schalker ; Jaap Brandenburg e.a. vormen derde landelijke leiding

1944
- Grote Adviescommissie van de Illegaliteit
- (september) bevrijding Zuid-Nederland zet in
- comité's van Eenheidsvakbeweging
- (september) conferentie Waarheidgroepen in het bevrijde Zuiden
- (september) Algemene Bond van Werkers in het Mijnbedrijf
- (november) Volksprogram voor een democratisch, welvarend en vrij Nederland
- (november) Jeugd
- (kerstmis) CPN Bevrijd Gebied opgericht onder leiding van Exter

1945
- (5 mei) CPN presenteert zich weer als partij in de openbaarheid
- (12 mei) CPN opgeheven, Vereniging van Vrienden van de Waarheid opgericht
- (juni) Algemeen Nederlands Jeugd Verbond (ANJV)
- (21-23 juli) Juliconferentie, CPN heropgericht
- vorming Partijraad
- Paul de Groot algemeen secretaris
- Antoon Koejemans hoofdredacteur De Waarheid
- (zomer) Democratische Studentenorganisatie Perikles
- (juli) Eenheidsvakcentrale (EVC) (-1964)
- (juli) Rotterdamse havenstaking

1946
- (januari) eerste na-oorlogse congres
- 'Beginselverklaring'
- Gerben Wagenaar partijvoorzitter (-1958)
- (maart) Stichting Radio Werkend Nederland
- (mei) Tweede Kamerverkiezingen: 10 zetels
- 50.000 leden, 300.000 abonnees
- wethouders in diverse gemeenten
- Initiatiefcomité Vrouwen van Ravensbrück
- Nederlandse Vrouwen Beweging
- (september) proteststaking troepenuitzending Indonesië

1947
- Waarheid Film Dienst (-1959)
- Vereniging Nederland-USSR ; Nu
- Vrede en Opbouw (-1951)
- (juli) eerste militaire actie tegen Indonesische republiek
- (zomer) eerste Waarheid Zomerfeest
- (september) Informatiebureau van Communistische en Arbeiderspartijen ( Cominform ) (-1956)

1948
- (februari) kwestie Tsjechoslowakije
- CPN -wethouders afgezet
- (april) CPN van zendtijd voor politieke partijen uitgesloten
- Organisatie van Progressieve Studerende Jeugd (OPSJ)
- (voorjaar)Tweede Kamerverkiezingen: 8 zetels
- (juni) 1948 Joegoslavië uit Cominform
- P. de Groot / F. Schoonenberg hoofdredacteur De Waarheid
- (oktober) gewapend conflict Madioen en verbod PKI

1949
- (april) Wereld Vredes Raad , Nederlandse Vredes Raad , vz. Hugo van Dalen
- (juli) Fr. Baruch / F. Schoonenberg hoofdredactie De Waarheid
- (oktober) Volksrepubliek China opgericht
- Duitse deling
- Arbeiders Bond voor Cultuur (ABC)

1950
- Vrije Katheder opgeheven
- 27.392 leden
- (1 juni) Koreacrisis
- Uilenspiegel opgericht (-1965)

1951
- Stichting Zonneschijn (tot exploitatie van kampeerterreinen)
- Vrouwen voor Vrede en Opbouw
- regeringscommissaris Finsterwolde
- 'Leerboek van de arbeidersbeweging' deel 3

1952
- ontwerpbeginselprogram 'De weg naar een socialistisch Nederland'
- Socialistische Unie
- Tweede Kamerverkiezingen: 6 zetels

1953
- (1 februari) watersnoodramp; Volkshulpcomité's
- 'artsencomplot' en royement Ben Polak
- (5 maart) overlijden Stalin
- Uilenspiegel-clubs (-1964)
- Marcus Bakker hoofdredacteur De Waarheid
- begin acties tegen doodvonnis echtpaar Rosenberg

1954
- (juni) Bisschoppelijk Mandement
- begin acties tegen de Duitse herbewapening

1955
- staking Amsterdamse gemeentearbeiders
- (november) resolutie over de 'nieuwe aanpak'

1956
- (februari)20ste congres CPSU met geheime rede Chroesjstjov
- (april) resolutie PB betreurt 'beleidsfouten Stalin '
- (juni) Tweede Kamerverkiezingen: 4 zetels
- (november) kwestie Hongarije, bestorming Felix Meritis en andere partijgebouwen

1957
- (januari) oprichting Pacifistisch Socialistische Partij (PSP)
- (december) tegenstellingen in Partijbestuur CPN

1958
- (januari) scheuring EVC , oprichting EVC '58
- (april) royementen Gerben Wagenaar , Henk Gortzak , Frits Reuter , Bertus Brandsen e.a.; Bruggroep
- (december) congresdocument 'De C.P.N. in de oorlog' goedgekeurd
- begin campagne voor overdracht Nieuw Guinea

1959
- Tweede Kamerverkiezingen: 2 zetels
- 11.262 leden
- Joop Wolff hoofdredacteur De Waarheid
- Socialistische Werkers Partij (-1965)

1960
- begin Chinees-Russische conflicten

1961
- Berlijnse muur

1962
- Cubacrisis
- (september) Paul de Groot partijvoorzitter

1963
- Kontrast (-1967)
- Theun de Vries krijgt P.C. Hooftprijs
- Tweede Kamerverkiezingen: 4 zetels
- Marcus Bakker fractievoorzitter
- 'autonome politiek'
- afwijzing politiek Chinese CP

1964
- schorsing Fr. Baruch als PB-lid
- Amerikaanse interventie Vietnam
- (oktober) Chroesjstjov uit functies ontheven

1965
- acties voor behoud van kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging
- eerste televisie- en radiouitzendingen in het kader van zendtijd voor politieke partijen

1966
- Amsterdamse bouwvakstaking
- CPN -Kamerleden toegelaten tot kamercommissies BuZa en Defensie
- Harry Verheij wethouder Amsterdam
- breuk in betrekkingen met CPSU

1967
- Tweede Kamerverkiezingen: 5 zetels
- conflict met Vereniging Nederland-USSR en VERNU-reizen, Pegasus betreffende culturele contacten Sovjet-Unie

1968
- oprichting Politieke Partij Radikalen
- (augustus) inval Warschaupactlanden Tsjechoslowakije; CPN neemt in verklaring afstand
- Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek ( IPSO )
- Paul de Groot erelid van het partijbestuur
- Henk Hoekstra partijvoorzitter

1969
- Vrouwen
- Maagdenhuisbezetting
- Strokartonstaking Groningen

1971
- Tweede Kamerverkiezingen: 6 zetels
- NVV voor communisten toegankelijk

1972
- Tweede Kamerverkiezingen: 7 zetels
- kwestie Drie van Breda
- Volkscongres Groningen

1974
- Anjerrevolutie Portugal

1977
- (april) CPN -delegatie naar Moskou; herstel betrekkingen met CPSU
- Tweede Kamerverkiezingen: 2 zetels
- Stop de Neutronenbom opgericht

1978
- 15.298 leden
- Paul de Groot niet langer erelid van het partijbestuur
- Gijs Schreuders hoofdredacteur De Waarheid

1979
- Cahiers over de geschiedenis van de CPN

1980
- Komma (-1985)
- acties Bestek '81 van de baan

1981
- ontwerpprogram 'Doelstellingen en toekomstvisies'
- oprichting Evangelische Volkspartij (EVP)
- Tweede Kamerverkiezingen: 3 zetels
- (november) manifestatie Stop de Neutronenbom

1982
- 28ste partijcongres herroept 'De C.P.N. in de oorlog'
- nieuwe Programcommissie ingesteld
- Elli Izeboud partijvoorzitter
- Ina Brouwer fractievoorzitter
- CPN -er Hanneke Jagersma burgemeester Beerta (-1990)
- Bart Schmidt hoofdredacteur De Waarheid
- Horizontaal Overleg van Communisten (HOC)

1983
- Stichting Groen Progressief Akkoord
- (november) Constant Vecht hoofdredacteur De Waarheid

1984
- buitengewoon congres neemt nieuw partijprogram aan, 'Machtsvorming voor een socialistisch Nederland'
- Landelijk Overleg van CPN -vrouwen
- Europese verkiezingen met gezamenlijke lijst PPR, PSP, EVP
- Verbond van Communisten in Nederland (VCN)

1985
- 9000 leden
- Volkspetitionnement tegen de kruisraketten

1986
- (januari) Paul Wouters hoofdredacteur De Waarheid
- Tweede Kamerverkiezingen: 0 zetels

1988
- (januari) Frank Biesboer hoofdredacteur De Waarheid

1989
- Groen Linkse Raad; Tweede Kamerfractie Groen Links 6 zetels
- Truus Divendal partijvoorzitter

1990
- (28 april) laatste nummer De Waarheid
- (1 mei) Forum (- maart 1991)
- (24 november) 1ste congres Groen Links

1991
- 15 juni opheffingscongres CPN

Noten

1) W.F.S. Pelt, Vrede door revolutie: de CPN tijdens het Molotov-Ribbentrop pact (1939-1941) (Den Haag 1990)191 en 216; Hansje Galesloot, Susan Legêne, Partij in het verzet. De CPN in de tweede wereldoorlog (Amsterdam 1986)37.

2) Het IPSO ontving in 1981 van het Instituut voor Marxisme-Leninisme in Moskou gedrukten op microfiche uit wat werd genoemd het Wijnkooparchief. Het betrof voor een groot deel echter diverse documenten en geschriften uit het CPN-gedeelte in het Comintern-archief. Zie voor een beschrijving Van Bron tot Boek . Apparaat voor de geschiedschrijving van het communisme in Nederland (Amsterdam 1986)23-37. Op het moment van gereedkomen van deze inventaris (oktober 1994)waren kopieën van het grootste deel van de Moskouse bestanden, waaronder het complete archief-Wijnkoop, nog in bestelling. Te zijner tijd zal het kopie-archief uit Moskou als geheel apart beschreven worden.

3) vgl. Susan Legêne, Margreet Schrevel, 'Het archief: De CPN en het communistische verzet' in Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Amsterdam 1995).

4) De inhoud van dit mysterieuze koffertje is verspreid in de inventaris opgenomen; het betreft de nrs. 3, 7, 13-17, 19, 34, 37, 56, 59, 61, 63-67, 69-70, 72-73, 82, 84-85, 96, 99, 112-113, 115, 118, 122, 125, 130, 202.

5) De bandopnamen zijn technisch onbruikbaar en om die reden vernietigd.

6) De Archiefcommissie bestond in 1983 uit: Joop IJisberg, Annie van Ommeren-Averink, Jaap Wolff, Susan Legêne, Jaap Jan Flinterman en Barbara Henkes.

7) De Stichting werd gevormd door Joop IJisberg (voorzitter), Jos van Dijk (secretaris), Tini IJisberg (penningmeester), Jaap Jan Flinterman, Barbara Henkes, Susan Legêne, Joop Morriën, Jaap Wolff.

8) Gebaseerd op de uitgaven van statuten/huishoudelijk reglement van 1946 en 1989; inv. nrs. 495-497; notulen met bijlagen van PB en DB vanaf 1948.

9) Literatuur (naast de in de noten hierboven genoemde): A.A. de Jonge, Het communisme in Nederland . De geschiedenis van een politieke partij (Den Haag 1972); Cahiers over de geschiedenis van de CPN (Amsterdam 1979-1986); A.A. de Jonge, Stalinistische herinneringen (Den Haag 1984); uitgebreide bibliografie in Van Bron tot Boek , a.w. 133-173; een bijgewerkte heruitgave in voorbereiding.

INLEIDING aanvulling 1997 (inv.nrs. 1738-1771)

De aanvullingen op het CPN archief zijn begin 1997 door of middels de Stichting tot beheer van de archieven van de CPN overgedragen aan het IISG. De aanvullingen zijn tweeledig: het eerste gedeelte is afkomstig van J. IJisberg. Het betreft hier stukken die IJisberg in zijn hoedanigheid van secretaris van de landelijke CPN heeft ontvangen of opgemaakt. Het tweede deel betreft kopieën van documenten met betrekking tot de CPN uit het BVD-archief. De BVD (Binnenlandse Veiligheids Dienst) heeft zelf een, naar het uit ziet, willekeurige selectie gemaakt en de stukken aan de Stichting tot beheer van de archieven van de CPN aangeboden. De BVD stukken zijn als annex bij het CPN archief toegevoegd.

De aanvullingen op het archief hebben een totale omvang van 0.62 m.

INLEIDING aanvulling 2001

Deze aanvulling is door het IISG in de periode 1997-2001 ontvangen. De aanvulling bestaat uit stukken, afkomstig van Elli Izeboud , voorzitter van de CPN (1982-1989), bestuurslid van de stichting BEPENAK en secretaris van de Nederlandse Vrouwenbeweging; verder uit stukken van Dik de Boef , districtsbestuurder van de CPN-Amsterdam (tot 1987); van Marcus Bakker (1923-2009) en enkele overige stukken betreffende landelijke partijactiviteiten.

Een aantal boeken en brochures zijn naar de Bibliotheek en foto's naar de afdeling Beeld en Geluid van het IISG overgebracht. De omvang van de aanvulling bedraagt 5,1 meter.

BIJLAGEN

1.Lijst van vernietigde stukken

Financiële en administratieve bescheiden met een beperkte betekenis zijn vernietigd tot het jaar 1984. Deze categorie stukken over de navolgende jaren (1985-1991)is, na het gereedkomen van de inventaris, overgebracht naar het IISG en zal te zijner tijd, na schoning, aan het archief toegevoegd worden.

Vernietigd, c.q. niet in deze inventaris opgenomen, zijn:
giro-afschrijvingen en dagafschriften en rekening overzichten ABN en AMRObank
boekingsstukken en 'kleine kas'
lijstjes van rechtstreekse bijdragen
klad-kasboekjes
dossiers betreffende auto-verzekering, kentekens etc.
computerlijsten financiële campagnes
kwitanties en kwitantieboekjes
contributie-afdracht uit de districten, uitgesplitst
declaratieformulieren, reiskostenformulieren
turflijsten kopieerwerk, postzegels
nota's
kaartsysteem bestellingen partij-uitgaven en bestellingen van scholingsmateriaal per district
rekeningen voor abonnementen op tijdschriften
uitgesplitste bijdragen voor Paasenveloppen, Donatiefonds etc. 'verwerkte inkoopfacturen'
declaraties bij de Regeringscommissaris voor de Omroep formulieren Persfonds
aanslagbiljetten inkomstenbelasting werknemers
loonjournaals, loongegevens, loonstaten
dossier medewerkers BIK-regeling (assistentie 2de Kamerfractie)

2.Lijst van overige archieven in bezit van de Stichting tot beheer van de archieven van de CPN (november 1994)

Landelijke organisaties en districten van de CPN:


IPSO, 1967-1990. Inventaris.
De Waarheid, samengesteld uit de documentatiecollectie van het IPSO. 1940-1990. Plaatsingslijst.
District Amsterdam, inclusief de archieven van enkele Amsterdamse afdelingen, 1946-1990. Plaatsingslijst.
District Brabant, 1982-1990. Plaatsingslijst.
District Drente, afkomstig van W. Kremer, 1945-1984. Voornamelijk betreffende plaatselijk bedrijvenwerk, 1945-1984. Plaatsingslijst.
District Friesland, afkomstig van H. van der Schaaf en B. Broekert, 1975-1989. Plaatsingslijst.
District Groningen, samengesteld uit persoonscollecties van Thewis Wits, Coen Oosterveld, FréZuidema, Richte Lameris, H. Groen, H. Kootstra en Jan Dirk de Boer, 1970-1990. Plaatsingslijst.
District Den Haag, inclusief de archieven van de afdelingen Delft en Gouda, 1974-1990. Plaatsingslijst; Afdeling Leiden, 1976-1989: plaatsingslijst.
District Limburg, afkomstig van J. Geelen, 1977-1990. Plaatsingslijst.
District Noord Holland Noord, inclusief het archief van de afdeling Hoorn, 1979-1989. Plaatsingslijst.
District Rotterdam 1953-1990. Plaatsingslijst.
District Utrecht, inclusief de archieven van enkele afdelingen. Plaatsingslijst.
District IJsselstreek, samengesteld uit de archieven van At en Theo Hendriks. 1958-1990. Plaatsingslijst.
District Zaanstreek, 1961-1990. Plaatsingslijst.

Kleine persoons- en organisatie-archieven:


C. Clement, diploma als Zouaaf, 1869.
Eendracht Maakt Macht, logboek van EMM afdeling Amsterdam, met enige ingekomen stukken. 1936-1939. Lijst 'kleine collecties'.
Eenheids Vakcentrale, afkomstig uit de documentatiecollectie van het IPSO. 1946-1960. Plaatsingslijst.
J. Geelen, persoonlijke aantekeningen en correspondentie als partijbestuurder, 1980-1982, opgenomen bij district Limburg. Plaatsingslijst.
Annie Gelok, onder meer Volkshulpcomité's Zeeland 1953; 1945-1989. Plaatsingslijst.
Henk Gortzak, via S. Legêne. Aantekeningen voor voordrachten. en enige documentatie. Z.j. Lijst 'kleine collecties'.
J.A.N. Knuttel/Th. de Vries, manuscripten van Knuttel en enige van zijn brieven aan Th. de Vries, 1954-1963. Lijst 'kleine colllecties'.
A.S. de Leeuw, manuscript 'De jonge Dostojewsky' en correspondentie met uitgevers. Afkomstig van A. Averink. 1940-1941.
M.B. Minnaert-Coelingh, stukken betreffende de Nederlandse Vredes Raad en Wereld Vredes Raad. Afkomstig van M. Bakker. 1949-1958. Lijst 'kleine collecties'.
T. Neijenhoff, secretariaatsarchief van de afdeling Amsterdam-Van der Pek en enige persoonlijke stukken, 1960, 1971-1975. Lijst 'kleine collecties'.
Annemiek Onstenk, met name betreffende CPN vrouwen, 1978-1989. Plaatsingslijst.
Perikles, Vereniging van Vooruitstrevende Studenten. Secretariaatsarchief 1959-1964.
Carel Porcelijn, manuscripten, 1980-1987.
L. Portegies Zwart, correspondentie met historici betreffende de CPN in oorlogstijd, 1986-1993. Lijst 'kleine collecties'.
Sebald J. Rutgers, manuscript 'Nederlanders werken in Siberië, afkomstig uit de documentatiecollectie van het IPSO. 1958.
L. Seegers, notulen van de vergaderingen vam B&W Amsterdam, 1946-1948. Lijst 'kleine collecties'.
Otto Schumacher, met name betreffende de oorlogstijd en de mijnstreek. Afkomstig van W. Pelt. 1940-1988. Plaatsingslijst.
F. Taraschewski, transcript van een interview betreffende communistisch verzet in Friesland. 1989.
Teun Twigt, betreffende illegale Waarheid en schippersbladen, 1945. Lijst 'kleine collecties'.
Louis de Visser, voornamelijk zijn documentatie-archief met aantekeningen voor redevoeringen; enige stukken uit de tijd van de SDP, 1915-1938. Lijst 'kleine collecties'.
Jaap Wolff, aantekeningen voor lezingen en enige documentatie, 1978, 1980.

Kopieën uit archieven m.b.t de CPN in Moskou:


Uittreksels uit de protokollen van het Executief Comitévan de Comintern en afschriften van uitgaande stukken betreffende de strategie, propaganda en intern partijwerk van de Nederlandse communisten. Met enige ingekomen stukken van de CPH/CPN. 1927, 1929, 1931-1938, 1940. Fotokopieën (5 mappen)en microfilm.
Uittreksels uit de protokollen van het Executief Comitéen uitgaande directieven aan de CPN betreffende de koloniale kwestie, het illegaal reizen naar Aziëen Indonesië. 1928, 1932-1934. 1 map.
Ingekomen brieven van de Nederlandsche Federatie van Transportarbeiders, H. Roland Holst, S. Rutgers en H. Sneevliet betreffende de vertegenwoordiging van Sneevliet naar het congres van de Comintern, 1920. 2 mappen.
Eerste nummer van Pandoe Merah , 1924. 1 stuk.
Correspondentie met Indonesische communisten op schuiladressen in Nederland en andere stukken betreffende de PKI, onder meer betreffende de samenwerking met de Sarekat Islam en de illegale reis van Moesso. 1923-1939. 1 doos. Kleine selectie van brieven en briefkaarten, ingekomen bij David Wijnkoop, onder
meer van H. Gorter, P. de Groot, Mohammed Hatta, Tan Malakka, W. van Ravesteijn, J. Stam, Roosje Vos. 1909-1939. 22 omslagen.
Aantekeningen van Joosje Wijnkoop-van Rees betreffende David Wijnkoop, met enige brieven. Z.j. 1 omslag.